Print

Op zoek naar meer sensitieve methoden voor de bepaling van antilichamen tegen B. burgdorferi heeft men de recombinanten test ontwikkeld. Recombinanten zijn specifieke antigenen die door genenmanipulatie gecultiveerd worden in andere bacteriën bijivoorbeeld E. coli. De E. coli bacterie is dus een soort draagmoeder in dit geval. Door op deze manier antigenen te maken kan men een zeer constante kwaliteit garanderen en in het uitgangsmengsel van zowel de ELISA als de WB die antigenen weglaten die mogelijk voor kruisreacties zorgen. Tot op heden zijn niet alle B. burgdorferi antigenen op deze manier als recombinant te maken.

Om de testen specifieker te maken heeft men gezocht naar die antigenen die uitsluitend bij Borrelia burgdorferi voorkomen en die immunodominant zijn. Verschillende wetenschappers en producenten komen met verschillende recombinanten. Er is echter geen consensus wat nu de meest specifieke en meest sensitieve proteïnen zijn en hoe deze het best gebruikt kunnen worden in combinaties om een zo goed mogelijke onderscheidende test te verkrijgen. Zo gebruikte Hunfeld et al. een combinatie van recombinant p100, OspC, p18 van B. afzelii en p41 van B. garinii en B. afzelii stam PKo. In totaal werden 226 serummonsters van Lymepatiënten in de verschillende stadia onderzocht. De specificiteit van deze RE recombinant ELISA bepaald in 1107 gezonde bloeddonoren en 275 serummonsters van patiënten met andere ziekten, was 94% voor IgG en 91% voor IgM. De sensitiviteit was 67-95% voor de verschillende Lymestadia. In een vervolgonderzoek met 394 routine monsters werd met de RE een sensitiviteit behaald van 81,1% voor IgG en 86,5% voor IgM, de specificiteit was respectievelijk 98,5% en 93%. De hele cellysaten ELISA behaalde 97% voor IgG en 92,4% voor IgM.

Wilske et al. deed verschillende onderzoeken met recombinanten antigenen in immunoblots en gebruikte p100/83, p39, OspC en p41 (flagellin int.) en later gebruikte zij de toevoeging van Osp17 en p58 en kwam tot vergelijkbare gegevens als met de hele cellysaten blot. Het beste resultaat werd bereikt voor IgG met een combinatie van; p100/83, p58, p39, p30, p21 van alle drie de stammen, en OspC en p17 van PBi, vervolgens p56 van PKa2, en p43, p17, p14 van PKo. Met minstens twee banden positief voor WB gaf dit een sensitiviteit van 61,4% en een specificiteit van 97,2%.

Het voordeel is dat een recombinanten blot eenvoudiger af te lezen is, daar waar de hele cellysaten immunoblots moeilijk zijn. De recombinanten blot is in het bijzonder geschikt wanneer grote aantallen van sera onderzocht dienen te worden.

De meeste recente ontwikkeling is een combinatie met het recombinant VlsE (variable surface antigen Vmp-like sequence) en de zgn. truncated recombinant-antigenen waarbij de delen die voor kruisreacties zorgen zijn weggelaten b.v. intern flagellin p41. Lawrenz et al. vergeleek VlsE ELISA met een normale B. burgdorferi ELISA bij EM patiënten en behaalde een sensitiviteit van 63% voor de VlsE en voor de normale ELISA 61% en noteerde voor late LB een sensitiviteit van 92% voor VlsE versus 98% voor de normale ELISA.

Een nieuwe ontwikkeling is recent door Wilske en medewerkers voorgesteld namelijk een combinatie van de eerder gebruikte recombinanten met de toevoeging van VlsE en het decorin bindend proteïne A, DbpA van B. garinii. De sensitiviteit volgens Schulte-Spechtel et al. kon verhoogd worden naar 86,1% vergeleken met de normale recombinanten blot van 52,7%. De specificiteit was 86,1% versus 63,8%. Uit deze studie blijkt dat de normale recombinanten Western blot dus een sensitiviteit heeft van slechts 52,7%, hetgeen betekent dat zo'n test niet het predikaat "bevestigingstest" verdient.

Het gepatenteerde VlsE oppervlakte proteïne van 35-kDa  wordt door verschillende commerciële firma's (Euroimmun, Virotech, Mikrogen) gebruikt in combinatie met, hetzij hele cellystaten dan wel met andere recombinanten. Zij claimen zowel een hoge sensitiviteit als specificiteit. De beschikbare gegevens zijn tot op heden van "in-house" studies en van individuele laboratoria, resultaten van ringtesten met verschillende laboratoria in verschillende landen (endemische gebieden) zijn nog niet beschikbaar.

Een recente Elisa variatie is de C6 Elisa, een peptide enzyme-immunosorbent assay gebaseerd op een 26-mer synthetische peptide(C6) met de IR6 sequentie. Liang et al. toont met deze C6 Elisa in de drie stadia van Lyme, EM, gedissemineerde en late Lyme een sensitiviteit voor deze Elisa van 74%, 85 tot 90% en 100% respectievelijk aan en een specificiteit van 100%.  Mogilyansky et al. vond zelfs een sensitiviteit van 100% voor de C6 Elisa, maar een specificiteit van 73%.

Uit een onderzoek bij 30 patiënten met een bevestigde Lyme-borreliose en EM van Marangoni et al. blijkt echter, dat de onderzochte ELISA kit met VlsE een sensitiviteit had van 56,6% en dat de ELISA kit met C6 een sensitiviteit had van slechts 33,3%. Twee Western blot testkits gaven een sensitiviteit van 68,3% en 26,6%.

In een recente vervolgstudie van Marangoni et al. (JCM April 2005) komt men tot de volgende resultaten ;

Sensitiviteit voor de volgende ELISA's was:

Enzygnost Borreliosis IgM
 70,5%
Quick Elisa C6 Borrelia 62,1%
RecomWell Borrelia IgM 55,7%
RecomWell Borrelia IgG 57,9%
Enzygnost Borreliosis IgG 36,8%

In een studie (2006) van Smismans et al. (AMC Maastricht) worden 5 commerciële testkits voor de bepaling van Borrelia antilichamen IgM en IgG met elkaar vergeleken. De testkit van Dako scoorde voor de sensitiviteit van IgM 64% (specificiteit 78%) en voor IgG 53% (specificiteit 100%). De testkit van Serion gaf voor de sensitiviteit van IgM 89% (52%) en voor de IgG 88% (92%). De testkit van Immunetics, die geen onderscheid maakt tussen IgM en IgG omdat deze gebaseerd is op het C6, gaf een sensitiviteit van 91% (specificiteit 92%).

Volgens deze studie is de Dako testkit de meest gebruikte kit in Nederland en uitgerekend deze komt er als slechtste uit in deze vergelijking. Een gevoeligheid van 53% en 64% is eigenlijk onacceptabel te noemen en het is belangrijk dat artsen van deze gegevens op de hoogte zijn.

Deze gegevens laten wederom zien dat de commerciële kits van de nieuwe generatie onvoldoende presteren. Het mag duidelijk zijn dat Lyme borreliose niet kan worden uitgesloten op basis van een negatieve antilichamentest.