Print
De ziekte van Lyme is een klinische diagnose. Bij een EM als gevolg van een tekenbeet is dit duidelijk en is verder onderzoek niet noodzakelijk, echter in vele gevallen is het niet zo eenduidig. Als de patiënt zich geen tekenbeet herinnert en bovendien geen EM heeft gehad of dit ligt al lang terug, dan zal de arts ter ondersteuning van zijn vermoedelijke diagnose een bloedtest laten doorvoeren.

Wat wordt er nu bij een dergelijk bloedtest onderzocht en wat betekent dit?

Daar het direct aantonen van de bacterie door middel van een kweek niet mogelijk is, zo’n onderzoek zou weken tot maanden duren, wordt overgegaan tot een indirecte methode, namelijk het aantonen van antilichamen tegen de Borrelia burgdorferi bacterie de veroorzaker van Lyme-borreliose.

Op een vereenvoudigde manier kan men zich dit als volgt voorstellen: de borrelia bacterie heeft aan de buitenzijde van de celwand bepaalde eiwitten de "Outer surface protein" Osp. of antigenen genaamd. Er zijn een heleboel verschillende antigenen, er zijn er die zich op de achtergrond houden en er zijn er die zich nadrukkelijk manifesteren de zogenaamde dominante antigenen. Het immuunsysteem herkent de bacterie als deze het lichaam binnen dringt aan de antigenen en produceert dan antilichamen daartegen. Men zou zich kunnen voorstellen, dat de bacterie aan de buitenzijde van de cel allemaal verschillende hangsloten heeft, kleine, middelgrote en grote sloten en het immuunsysteem herkent deze en maakt daarvoor een passende sleutel, een kleine, middelgrote en grote sleutel.

De bedoeling is dat de sleutel in het slot past want dan ontstaat er een slot-sleutelcombinatie, een antigeen-antilichaamcombinatie, een immuuncomplex wat door de fagocyten herkend wordt en die vernietigen dan de bacterie. Door dit afsterven zullen er minder bacteriën, minder vrije sloten zichtbaar zijn voor het immuunsysteem en daardoor neemt de productie van sleutels (antilichamen) af.

In het begin van de infectie zullen er dus veel sloten zijn en maar weinig passende sleutels, de sleutels die geproduceerd worden passen meteen op de in overvloed aanwezige sloten en er zijn geen vrije sleutels aanwezig, dus geen vrij antilichamen.

De bloedtest die uitgevoerd wordt om deze antilichamen te bepalen is de ELISA test, een kwantitatieve test waarbij gekeken wordt of er antilichamen zijn in het serum of CSF tegen borrelia en in welke concentratie zij voorkomen.

Een tweede test is de Western Blot test een kwalitatieve test waarbij gekeken wordt wat voor verschillende antilichamen (sleutels) aanwezig zijn.

Als het immuunsysteem de binnendringers herkent als vijanden dan stuurt het daar antilichamen op af die reeds op voorraad zijn. Net zoals bij een oorlog staat niet meteen het hele leger klaar. Eerst worden de snelle troepen de Mariniers ingezet en later komt pas de Genie met het zware materieel. Zo ook bij het immuunsysteem, eerst wordt het IgM (immunoglobuline M) gestuurd en na enkele weken komt het IgG in actie.

Een negatieve antilichamentest geeft dan ook alleen maar aan dat op het moment van de monstername geen vrije antilichamen boven het detectie niveau konden worden aangetoond in het monster met de betreffende methode. Volgens de FDA moet een negatieve antilichamentest niet gebruikt worden om een infectie met Borrelia burgdorferi uit te sluiten als oorzaak voor de ziekte.