Daar de diagnose van de Lyme-borreliose dient te geschieden op basis van klinische gegevens volgt hier een opsomming van de meest voorkomende symptomen. Deze kunnen voorkomen van mild tot zeer ernstig en de ziekte is onbehandeld vaak progressief en kan in sommige gevallen fataal zijn. Uit onderzoek is komen vast te staan dat de kwaliteit van het leven van Lymepatiënten ernstig is aangetast, gelijk aan een type 2 diabetes of een recente hartaanval patiënt. Hoewel de ziekte niet meteen doodt, neemt het wel je leven, zoals een wetenschapper opmerkte. Bij de afzonderlijke aandoeningen zijn studie referenties opgenomen als voorbeeld voor toepassing in de differentiaal diagnostiek.

Een typisch verschijnsel van de ziekte in het vroege stadium is het erythema migrans wat echter slechts bij 50% van de patiënten voorkomt.

Verdere klachten in het vroege stadium kunnen zijn:

  • algemene malaise
  • griepachtige verschijnselen
  • arthralgien (gewrichtspijnen)
  • myalgien (spierpijnen)
  • hoofdpijn
  • nekpijn
  • lymfklier zwelling
  • conjunctivitis (bindvliesontsteking)

Vooral bij kinderen kan een faciale parese (gezichtsverllamming) een uiting zijn van de Lyme-borreliose.

Daar er een overlap is tussen het tweede en derde stadium kunnen de volgende klachten in beide stadia voorkomen. Zij kunnen zijn van mild tot zeer ernstig en alle gradaties daar tussen.

  • Vermoeidheid, verminderde weerstand
  • Lage koorts, plotseling opkomende warmte en koude rillingen, die niet te verklaren zijn
  • Gewichtsverlies (onverklaarbaar)
  • Nachtelijk zweten
  • Pijnlijke keel
  • Gezwollen klieren
  • Stijve nek, nekpijn, nekkraken
  • Uitstralende arthalgie (gewrichtspijnen), stijfheid en minder algemeen, oprechte arthritis
  • Myalgie, spierpijn en krampen
  • Tintelingen, doofheid, brandend of stekende gevoel en schietende pijnen
  • Pijn op de borst en palpitatie, pijn aan de ribben
  • Hartblok, geruis, onregelmatige slag
  • Kortademigheid, kuchen
  • Buikpijn, nausea (misselijkheid)
  • Diarree
  • Slaapstoornis, te lang, te kort, vroeg ontwaken
  • Slechte concentratie en problemen met lezen
  • Verwardheid, slecht kunnen denken
  • Vergeetachtigheid en slecht korte termijn geheugen
  • Desoriëntatie, verdwaald raken, de verkeerde kant opgaan
  • Moeilijkheden met praten en schrijven
  • Prikkelbaarheid en stemmingswisseling
  • Depressie
  • Rugpijn
  • Wazig, dubbel zicht, oogpijn, lichtgevoeligheid
  • Kaakpijn
  • Maagpijn
  • Verandering van de darmfunctie, constipatie, diarree
  • Testikel/bekkenpijn
  • Tinnitus, oorsuizen
  • Vertigo, evenwichtsstoornis, slechte balans
  • Craniale zenuwstoornis (faciale gevoelloosheid, pijn, tinteling, palsy of optische neuritis)
  • Hoofdpijnen
  • Licht in het hoofd
  • Duizeligheid
  • Geïrriteerde blaas, blaasstoornis
  • Seksuele stoornis en libido verlies
  • Onverklaarbare melkproductie, borstpijn
  • Onverklaarbaar onregelmatigheid van de menstruatie
  • Onverklaarbaar haarverlies
  • Faciale parese, gezichtsverlamming, aan één zijde of dubbelzijdig
  • Overdreven symptomen en erge kater na alcoholgebruik.

Erythema migrans, komt volgens Priem et al. in 50,5% van de patiënten voor en volgens Oehme et al. in 41,9%. Het EM kan zich in verschillende vormen manifesteren. Fotoserie 1, 2, 3, 4, 5.

Lymfocytoma cutis LC, komt vrij zelden voor en volgens Colli et al. had 59% het LC op de tepelhof, 17% op de oorlel en 9% in het genitaal bereik. Het komt meestal solitair voor en duurt weken tot maanden. Een gelijktijdige neuroborreliose wordt vaak gezien. 1, 2.

Acrodermatitis Chronica Atrophicans ACA, is een typische late manifestatie van dermatoborreliose en komt volgens Huppertz et al. in 1% ( 4 van de 332 gevallen) en volgens Schellekens in 3%.voor bij borreliose. Het komt overwegend bij volwassenen voor, in de meerheid bij vrouwen, 30% van de patiënten weet zich een tekenbeet te herinneren. De aandoening komt meestal op de ledematen voor, waarbij voor 70% op de benen. Er vindt eerst een infiltratie plaats met blauw/rode verkleuring, dat later overgaat in het atrofische stadium, waarbij de huid zijn elasticiteit verliest en dun wordt als sigarettenpapier. In ongeveer 30-50% wordt de diagnose gemist. De incubatietijd is maanden tot jaren en spontane remissies worden niet gezien. Fotoserie 1, 2, 3,4.

Borrelia bugdorferi kan het gehele zenuwstelsel aantasten en daarom is het klinische spectrum zeer veelzijdig. Patiënten ontwikkelen meningitis, radiculoneuritis en craniale neuroptie. Bij volwassenen is het meest voorkomend het Garin-Bujadoux-Bannwarth syndroom, terwijl volgens Cristen bij kinderen 80% van de neuroborreliose tot uiting komt als een acute faciale parese. Een mogelijke verklaring voor dit aantal bij kinderen, is waarschijnlijk dat kinderen vaak gebeten worden op het hoofd of in de hals/nek omgeving. Matige hoofdpijn is een belangrijk symptoom. Radiculaire pijn treedt volgens Lisper et al. bij 40% van de Lymepatiënten en het is bij 86% van de patiënten met neuroborreliose de eerste klacht en treedt na ongeveer 4-6 weken na de tekenbeet op. De pijnen zijn vooral in het nek/schouder gedeelte en lumbaal met uitstraling naar de ledenmaten.

Bij patiënten met het Bannwarth syndroom vind men bij 60% uitval van de hersenzenuwen met uitzondering van de N.olfaktorius. In 80% van de gevallen waarbij de hersenzenuwen betrokken zijn gaat het om de N. facialis, een bilaterale parese komt in 11% van de Lymepatiënten voor.

Volgens de EUCALB is chronische neuroborreliose een uiterst zeldzame ziekte volgens de opgestelde case definities. Deze case definities worden ook toegepast door het CBO namelijk: het aantonen van antilichamen in zowel serum als CSF en een pleiocytose.

H. Kuiper
vond in een epidemiologische studie, "Clinial spectrum and incidence of neuro-borreliosis in the Netherlands" in 2001, dat er slechts 30 patiënten volgens deze criteria neuroborreliose hadden in Nederland in dat jaar. Er werd een vragenformulier aan 106 neurologische afdelingen gestuurd van ziekenhuizen, slechts 35% deed mee in het onderzoek en van de 65% die niet mee deden retourneerde tweederde het formulier niet en eenderde had geen registratie systeem. Volgens deze gegevens zouden in het jaar 2001 (hoog gerekend) slechts 57 neuroborreliose patiënten (die voldeden aan de criteria) zijn gediagnosticeerd, terwijl naar schatting tussen de 240.000 en 360.000 mensen een Borrelia infectie opliepen. Daar voor de diagnose van neuroborreliose de criteria berusten op het aantonen van antilichamen, zowel in het serum als CSF, zal in ca. 50% van de gevallen een fout negatief resultaat kunnen ontstaan omdat de onderzoeksmethode een sensitiviteit heeft van ca. 50%. Hier komt nog bij dat een pleiocytose in vele gevallen bij patiënten met neuroborreliose afwezig is. Door deze tekortkomingen in de laboratoriumdiagnostiek zal het overgrote deel van de neuroborreliose patiënten buiten de rigide criteria voor neuroborreliose vallen en zal daarom vervolgens een misdiagnose krijgen zoals: fibromyalgie, ME, MS, ALS enzovoorts (zie Diagnose). De officiële richtlijn van de Amerikaanse CDC wijst een liquoronderzoek bij neuroborreliose van de hand vanwege de onbetrouwbaarheid.

Lyme arthritis
In de VS is Lyme artritis met ca. 60% de voornaamste uiting bij Lymepatiënten. In Europa waarschijnlijk <10%, volgens een studie van Berglund et al. kwam artritis in 7% en neuroborreliose in 16% voor. Dit zou mogelijk verklaard kunnen worden door de prevalentie van de genospecies op de continenten, waarbij Borrelia burgdorferi s.s. in hoofdzaak artritis veroorzaakt, hoewel deze klachten ook bij de andere genospecies voorkomen. Meestal komt het als mono- of oligoartritis voor met het kniegewricht als meest betroffen. Ook kunnen de ellebogen, polsen, vingers, enkels en kaakgewrichten aangedaan zijn. Typisch zijn intermitterende aanvallen van een enkele weken of maanden met remissiefasen (tijdelijke vermindering). De pijnen kunnen ook verspringen van locatie. In ongeveer 10% is in chronische gevallen röntgenlogisch een bewijsbare verandering te zien.

Lyme carditis
Cardiale manifestaties zijn in Europa vrij zelden bij Lymepatiënten volgens Dernedde et al. ongeveer 0,3-4% maar volgens Scheffold et.al tussen de 4 en 10% en in de VS ca. 8%. Verschijnselen treden meestal op voordat het EM verdwenen is zo ongeveer 3 tot 8 weken na de tekenbeet. In de meeste gevallen gaat het om geleidings- en ritmestoornissen tot een complete hartblok. Bij ongeveer 25% van de Lyme carditis patiënten ziet men eveneens neurologische aandoeningen. Men kon de Borrelia bacterie uit endomyocardbiopsies isoleren. Men ziet de volgende symptomen, kortademigheid, syncope, hartkloppingen en pijn op de borst, tachycardie, cardiomegalie, myopericarditis, boezemfibrilleren, beperkte linkse ventriculaire functie en manifeste hartinsufficiëntie. Een lange Lyme carditis wordt geassocieerd met pericardiale effusies met eveneens een ventriculaire hypertrofie.

Neuropsychiatrische verschijnselen
In het late stadium komen vaak neurologische, cognitieve en psychiatrische verschijnselen voor hoewel ze ook in de andere stadia kunnen voorkomen. Juchnowicz et al. rapporteert over psychiatrische verschijnselen zowel bij vroege als late borreliose. Omdat meestal de verschijnselen niet duidelijk herkent worden en omdat niet genoeg tijd besteed wordt aan de achterliggende oorzaken krijgt de patiënt vaak een verkeerde diagnose als, chronisch vermoeidheid syndroom, fibromyalgie, M.S., lupus, Epstein barr. Soms krijgen ze het stempel "hypochonder" of "gek" of "het zit tussen de oren" mee. Het is dan ook noodzakelijk deze verschijnselen mee op te nemen in de differentiaal diagnose.

De bacterie Borrelia wordt vaak de "New Great Imitator" genoemd als opvolger van de Great Imitator neurosyfilis de Treponema pall. en net zoals bij syfilis ziet men een latente fase van enkele maanden tot jaren voordat de verschijnselen optreden. Er wordt wel gezegd: "Als men syfilis kent, dan kent men de geneeskunde". Volgens Fallon worden in de verschillende studies depressiviteit aangetroffen bij 26 tot 66% van de patiënten met late Lyme. Volgens hem zijn de meest voorkomende verschijnselen paranoia, dementie, schizofrenie, paniekaanvallen, ernstige depressie, anorexia nervosa en dwangmatig handelen. Eveneens komen de volgende verschijnselen voor zoals: cognitieve stoornissen, encefalopatie, angsten, stemmingswisselingen, geïrriteerdheid, ernstige vermoeidheid, geheugenproblemen en slaapstoornissen.

De vermoeidheidverschijnselen zijn van mild tot ernstig, wat resulteert in een verlengde slaap en slaapperioden tijdens de dag. Problemen met denken omvatten, problemen met attentie, geheugen, verbale uitingen en denksnelheid. Patiënten geven aan problemen te hebben met de concentratie. Sommige patiënten ervaren hun normale omgeving als overdadig en reageren daarop verward, verliezen focus, stotteren of raken in paniek. Het lijkt alsof het normale filter mechanisme van de hersenen ineffectief werkt waardoor de patiënt kwetsbaar wordt voor een verwarde reeks van een groot aantal prikkelingen. De patiënten geven aan dat zij een gebrek aan helderheid bij de cognitieve processen missen wat soms leidt tot verlies van persoonlijkheid of realiteitszin.

Er zijn patiënten die overgevoeligheid voor licht en geluid ontwikkelen, maar ook geografische disoriëntatie komt voor. Minder vaak komen op dementie lijkende symptomen, het Guillain-Barre syndroom, beroerte of het Tullio phenomeen voor.

In een studie van Hajek et al. wordt aangetoond dat er een verband bestaat tussen een infectie met Borrelia burgdorferi en psychiatrische morbiditeit. Bergen et al. beschrijven een patiënt met antilichamen tegen Borrelia en Lyme psychose die na behandeling met penicilline volledig herstelde. In een studie van Bloom et al. valt op dat bij kinderen weken na een EM, craniale neuropatie of Lyme artritis, gedragsveranderingen optraden evenals vergeetachtigheid, verminderde prestatie op school, hoofdpijn en vermoeidheid. In 60% van de kinderen werd geen pleiocytose gevonden zodat een normaal CSF resultaat patiënten niet mag uitsluiten. Volgens R. Bransfield is er onenigheid over dit onderwerp onder wetenschappers. Deze onenigheid komt voort ten dele door de verschillende invalshoeken van benadering van het thema. Echter zijn er wetenschappers die deze verschillen doen oplaaien en benaderen deze met een belangrijke hoeveelheid partijdigheid. Helaas hebben deze partijdige zaken een nadelig effect op de zorg van de patiënt, research subsidies en medische regelgeving.

Artsen dienen dan ook goed te luisteren naar hun patiënten omdat een effectieve communicatie kritisch is in de diagnose overweging en omdat zij de verantwoordelijkheid hebben om het leven en de kwaliteit van leven te beschermen.



Morphea

De associatie van morphea en lichen sclerosus et atrophicus LSA als huidaandoeningen met de ziekte van Lyme zijn niet geheel duidelijk hoewel in een studie van Weide et al. in 0-40% in de patiënten met morphea en in 46-50% in de patiënten met LSA Borrelia burgdorferi histologisch of immunohistologisch werden aangetoond. In een studie van Aberer et al. werd bij 46% van de patiënten met morphea (circumscribt scleroderma) antilichamen tegen Borrelia burgdorferi aangetoond. Breier kon bij een patiënt met scleroderma de spirocheet in de huidbiopt aantonen. Bij 47 tot 76% van de patiënten met circumscript scleroderma werd door Wojas-Pele antilichamen tegen Borrelia en ANA gevonden.

Volgens G. Trevisan is het verband tussen LB en LSA te verklaren omdat er:

  • klinische en histologische overeenkomsten zijn tussen morpea, LSA en ACA; foto's
  • de aanwezigheid van Borrelia burgdorferi in sommige patiënten met LSA en/of morphea;
  • identificatie van Borrelia in histologische preparaten;
  • de coëxistentie van ACA, LSA en/of morphea in dezelfde patiënt;
  • een respons op een antibiotica behandeling in vele gevallen van morphea en LSA;

Foto van scleroderma.

Volgens Fujiwara et al . spelen de Europese Borrelia typen (B. garinii en B. afzelii) een rol bij morphea en LSA.  

 

Autoimmuunziekten

Antiphospholipide antilichamen kunnen veroorzaakt worden door langdurig medicijn gebruik of door een aanhoudende infectie ziekte. Men ziet APL bij syfilis, Lyme-borreliose en HIV-I meestal waar hoge IgG serumtiters aanwezig zijn.

APL kunnen antiphospholipide antilichamen of anticardiolipine antilichamen zijn . De eerste veroorzaken trombose en worden gezien bij zwangere vrouwen met abortus, terwijl het anticardiolipin gezien wordt in aandoeningen van het hart.

Asherson Ronald , Cutting Edge Reports
Infections, Antiphospholipid antibodies and Antiphospolipid symdromes.

Mackworth-Young CG et al. , Arthritis Rheum. 1988(8); 1052-6
Anticardiolipin antibodies in Lyme disease.  

Garcia Monco JC et al. J Neurol Sci. 1993 Jul; 117(1-2):206-14
Reactivity of neuroborreliosis(Lyme disease) of cardiolipin and gangliosides

 

Glomerulonefritis

Kirmizis D et al , Am J Kidney Dis., 2004, 43(3):544-51
MPGN secondary to Lyme disease. fulltext

Kelly B et al, Ir. Med. J. 1999, Aug,92(5);372
Lyme disease and glomerulonephrits.

Carpal tunnel syndroom

Volgens Halperin et al. komt bij 25% van late Lymepatiënten het carpal tunnel syndroom voor. 

 
Sarcoidosis

Ishihara et al toonden in een studie onder 46 sarcoidose patiënten aan, dat 32,6% antilichamen had tegen de Borrelia spirochaeten. 

Vasculitis

Volgens J. Rawlings is vasculitis één van de primaire pathopysiologische mechanismen in Lyme borreliose.  

Restless legs

Parkinson

MS

Fibromyalgie en CFS

Blaasaandoeningen

Aandoeningen aan de luchtwegen

ALS

Symptoms & Characteristics
Lyme Disease: A compilation of peer-reviewed literature reports 

Burrascano J
Diagnostic hints and treatment guidelines for Lyme and other tick borne illnesses

LDA
Lymenet guide to Lyme disease

LDA
The neuropsychiatric manifestations of Lyme Borreliosis

References for Psychiatry and Lyme/tick borne diseases 

Fallon B
Review of Lyme Neuroborreliosis 

Fallon B
Neurologic Lyme Disease: Defining and Treating an Elusive Target

Fujiwara et al.
Detection of Borrelia burgdorferi DNA (B.garinii en B.afzelii) in morphea en lichen scerosus  et atrophicus tissuesof German and Japanese but not of US patients.

 

Subcategories